Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

626

LIEFDESBRIEVEN

17 Aug. '99

Toe, Jean, maak je nooit 200 ongerust, als er eens om half vijf geen brief is. Den keer, waarover je nu schrijft, dat je vergeefs hebt 2itten te wachten, daar weet ik nog, precies, van, dat ik mijn brief toen om 10 minuten vóór tienen op de post had gedaan, dus toen had hij er toch 's avonds om halfvijf moeten 2ijn. Maar ik herinner me ook, dat de bus, toen mijn brief er in viel, zoo hol klonk, en toen kwam even de gedachte bij mij op: Zou hij misschien al zijn geleegd? Dat moet nu waar geweest zijn, omdat je den brief pas om half acht kreeg. Maar daar bhjkt dan ook uit, dat je op de post niet heelemaal aan kan, en dat de lichting dus niet precies op het uur geschiedt.

O, Lief, en plaag je toch ook nooit met een mogelijke scheiding, waarover je schrijft; ik zal natuurlijk nooit van jou vandaan gaan, en jou ook nooit in den mond geven om zoo iets tegen mij te zeggen. Wij zijn en blijven voor ons heele'leven onafscheidelijk bij elkaar! Ben je nu gerust, Lief? Toe! Ofschoon, ik zeg het je niet óm je gerust te stellen, al ben ik ook zielsblij, dat het je gerust stelt, - neen, ik zeg het je, omdat het zoo is. Ik zal altijd bij je blijven en geheel alleen voor jou zijn, zoowel in ziekte en aakligneid en ellende, als in vreugde en vrede en geluk! Jij bent mijn eenig Lief en je zult dat blijven; wat er ook moge staan of vallen, wat er ook moge gebeuren in de toekomst, wij zijn en blijven met ons beiden en nooit zal er iets tusschen ons oprijzen, wat ook maar eenigszins verwijdering brengt. Hoor je 't nu, Lief, en geloof je 't ook? Want, - dit begrijp je wel, - dat wordt je niet gezegd door een vlinderachtigen jongen, maar door een man, die weet, wat hij weet. Want ik zeg dit niet alleen, volgend de inspraak van mijn hart slechts, maar ook gerugsteund door het van alle kanten overwogene oordeel van mijn klare verstand. Ik voelde en wist diep-inwendig, wat ik deed, toen ik je vroeg. En nog geen enkel oogenblik daarna, tot nu toe, is de gedachte bij mij op kunnen komen: Had ik dat vragen nog maar hever wat uitgesteld. Neen-integendeel, voortdurend ben ik mij voelend bewust gebleven: ik heb precies gedaan, wat goed was voor mijzelf, en ook, gelukkig! blijkens haar brieven, wat altijd goed zal wezen voor haar. Ja, ik herinner 't mij, hoe je me eens geschreven hebt: „Later zou ik een scheiding niet meer kunnen verdragen." Ik rilde» toen ik dat de eerste maal las, zonder dat ik wist waarom. Maar nu

Sluiten