Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6 52

LIEFDESBRIEVEN

Ja, Jean, ik kan het niet zwijgen, - je drie laatste brieven hebben me inwendig zoo heerhjk-geëmotionneerdl

Weet je wat ik gehoord heb? Henri Borel, je weet wel, komt uit Bidië terug, en bij van Eeden op de kolonie wonen. Of 't waar is, weet ik natuurlijk niet.

Nu, Lief, 't is nu middernacht, en ik ga naar bed.

Innig kust je

jouw eigen Willem Ik verlang al weer naar je brief of brieven van morgenochtend!

* *

O, Lief, die heerlijke brief van vanmorgen van je heeft me den heden dag zoo rustig-blij en kalm-gdukkig gestemd! O, ik vind 't zóó verrukkelijk, dat ik 't je niet zeggen kan, dat 't voor jou ook iets prettigs is, om nu gauw hier te komen! Want, o, 't zal zóó goddelijk zijn, als je er eenmaal bent. Tk kan je niet zeggen, hoe lang die tijd me duurt, hoe ik die weken, die ons nog scheiden, wd tut den kalender zou willen knippen, om maar niet telkens te zien, hoe veel_ dagen dat nog zijn. O, heve Lief, ik verlang zoo naar je, - zoo altijd-door verlang ik naar je! Soms met een werkelijk pijn-doend gevoel, soms is het kalm-weemoedig, maar altijd is het een soort verdriet, iets stil-droevigs, dat altijd bij me blijft. Vind je me een beetje overdreven, Lief, omdat we elkaar nu toch werkelijk al weer gauw zullen zien? Ach, als je eens wist, hoe wachten een werkelijke smart voor me is, dat mijn ongeduld een echt-bestaand innerlijk lijden is, - dan zou je me wel begrijpen! O, Lief, ik gdoof niet, dat er iemand is, die het minder verdragen kan, om te worden tegengehouden dan ik, - ik wil altijd maar voort, voort, ik zou wel zoo snd willen leven als maar mogelijk was, - wacht-tijd, o, dat is verloren tijd, ondgenhjke tijd, dat is geen tijd!

O, Lief, wil ik je eens iets zeggen? Ik heb 't o, zoo oneindig ved liever, dat je me behandelt als een „klein meisje" dan ds een „vorstin", - laat ik altijd maar jouw Jean zijn, niets dan jouw Jean, mag ik dat, Lief?

Weet je, Liefste, wat me ook zoo verrukkehjk-vreugdig heeft aangedaan? Dat je schreef: „Ik heb je, mijzelf gelukkig-makend hef..." Dat vind ik zóó iets goddehjks, zoo iets heel-zaligs, dat je

Sluiten