Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

662

LIEFDESBRIEVEN

op met ze te schrijven, Lief! want dan zou ik stellig rampzalig zijn.

Ik heb vreesehjk moeten lachen even, om de figuur, die je teekent van mij, ik bedoel van mij, zooals ik me eigenhjk zou moeten houden in het leven. Heusch, Lief, mijn eigenhjke kracht zit niet in mijn productie, al heb ik wel eens, op mijn manier, heel goede en ik denk ook wel blijvende dingen gemaakt. Neen, mijn eigenhjke kracht zit in mijn wijde gevodigheid voor andermans werk en daaruit gedistilleerd algemeen begrip. Ik moet dikwijls stil in mezelf lachen, als ik in de periodieken van tegenwoordig allerlei menschen naar links en rechts zie oordeelen en staande-houden, nu eens dit en dan weer dat, maar een jaar later hoort niemand meer ooit van hen, want ze hebben dan een andere manier gevonden, om in hun levensonderhoud te voorzien en een ander zit dan op hun plaats, en maakt op zijn beurt het pubheke oorded nóg wat dwaalzieker dan het al was.

Neen, mijn respect voor Busken Huet wordt vertiendubbeld, als ik dat labyrintbische gescharrel onzer tegenwoordige journalisten zie. Voor verzen had Huet heelemaal geen gevoel en begrip, maar zijn kritisch oordeel was toch, ondanks zijn slag-om-den-arm-stijl uit één stuk gegoten en konsekwent.

Hè, Lief, hoe vind je die onverwachte Literaire Kroniek? Dat komt, ik was op de vorige bladzij, na het woord „begrip" de deur uitgeloopen, omdat het beneden weer een orgie van geluiden was, en zoo, langzaam wandelend, met de handen op den rug, door de duistere Bussumsche laantjes, kwamen mij die paar reflecties in 't hoofd.

Ja, Lief, dat herinner ik mij nu ook van die afspraak op i October; op 't oogenbhk, dat ik dien brief schreef, kwam 't mij niet in 't hoofd, maar zoo zie je dat ik een konsekwente jongen ben, en zonder dat ik het op dat oogenblik wist, op hetzelfde resultaat van voelen en denken ben komen te staan, als waartoe ik vroeger al was gekomen.

Ja, Lief, je mag heusch „mijn kleine meisje" wezen, als ik dan maar, - lach nu niet! - je kleine jongetje mag zijn. Want ik vind het verschrikkelijk vervelend, als je soms een beetje tegen mij opziet. Ik ben wd wat ouder dan jij, maar 't eenige verschil, dat daardoor tusschen ons ontstaat, is, dat ik wat meer wet dan jij. Ik weet bijv. dat jij een verschrikkelijk hef mdsje bent, wat jijzelf nog niet zoo schijnt te weten.

En jij mag „mijn Jean" zijn, ds ik „jouw Willem" ben, want anders ben jij „mijn teeder-beminde Jeanne", wier geganteerde vingertoppen ik met een slanke buiging kus.

Sluiten