Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIJFDE PERIODE

663

Neen, Lief, ik heb vreeselijk moeten lachen om dat „kleine meisje," dat jij zou willen zijn. Ik vind het vteesehjk hef van je, maar, snoes 1 jij moet mijn flinke, vrije Jean zijn. Daarom mag je wel eens „mijn kleine meisje" zijn, en ik zal dan met mijn vinger kuiltjes in je wangen probeeren te maken, heel hef en zacht, zoodat je begint te proesten van 't lachen.

God, Jean, wat zal het heerlijk zijn, als ik in den Haag woon! Ik kan mijn pleizier niet op, als ik daaraan denk. Ik vind het prettig, om je te hooren praten over allerlei dingen, je oogen te zien, je bewegen te volgen, en te weten, dat je van mij bent, zooals ik van jou ben, omdat je 't zelf zoo hebt gewild, en 't rationeel vindt, dat 't zoo is.

Stel je nu eens voor, wat een heerlijke tijd er nadert, - eerst ik in den Haag, daarna jij in Bussum, totdat ik voor goed in den Haag kom wonen. O, heerhjk vooruitzicht! Dan zitten wij iederen avond in het Kurhaus te Scheveningen, jij als Psyché, met vleugeltjes aan je schouders en een wijde crinoline aan: die krijg je allebei van de modiste, de laatste vooral tegen zeer gematigden prijs, omdat de hoepekokken totaliter uit de mode zijn. En ik als Amor, op een bescheidene wijze gedecolleteerd, en kant en lubben van alle kanten uitstekende uit een zwarte gekleede jas. En als we daar dan ettelijke kopjes thee hebben genoten, stappen we in de electrische tram, waar ik, staande op het bordes aan den achterkant, gloeiende letterkundige speeches houd tegenover het saam-gevloeide volk op den weg. Dat saam-gevloeide volk bestaat natuurlijk aUemaal uit Haagsche neeren en dames, en die roepen aUemaal: „Leve de redactrice met haar redacteur!" En als we dan in de Reinkenstraat komen, zit je Mama met levendige gratie een potpourri te spelen uit: La Füle de Madame Angot en La Duchesse de Gerolstein, en Jacq zit tapisserieën te borduren met de voornaamste en schokkendste scènes uit Hartstocht, die zullen moeten dienen, om uit de vensters van No. 14 te worden gehangen op den bruüoftsdag van de moderne Amor en Psyché:

Nu, Lief, 't is kwart over twaalven 's nachts: 'k Hoop, dat je wordt, als je dit leest, goedlachs. Ik kus je hef op allebei je wangen, Die ik graag aan mijn hart wou prangen.

jouw eigen Wülem

Sluiten