Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

666

LIEFDESBRIEVEN

gebruik, hoe sterker en flinker ze worden. En nu kom je toch werkelijk gauw! O, dat stemt me zoo gelukkig, Lief, zoo heerhjk-bhj!

De post belde daar juist, en toen ik gauw ging kijken, bracht die me, heerlijk, jouw briefje met je Kroniek. O, Lief, ik ben er dolblij mee. Want, - ik ben hem natuurlijk dadehjk gaan lezen, - hij (of zij) is zoo verrukkehjk-helder, en zegt zoo precies, wat je bedoelt, zonder, scherp te worden, tegen Meerkerk, die het toch waarschijnhjk wel goed voorheeft met de literatuur; neen, je zegt zoo kalm-weg en daardoor zoo duidelijk en goed, hoe het is; je dringt zoo binnen in het hart van de zaak, en toont zoo klaar aan, wat er aan ontbreekt, en wat er te veel aan is. Ik mag er immers wel zoo over spreken, Lief? Wat ik vooral zoo mooi en waar vind, zijn o.a. deze gedeelten:

„Geloof me, men moet heel rijp-ontwikkeld zijn " Het antwoord,

dat je aan Meerkerk zou geven, vind ik prachtig, en dan is dit zoo echt waar, dit trof me zoo: „Want uit zooals vü de zaak verwoordden "

Ik ben er erg bhj mee, Hef, en ik dank je hartelijk voor de zendine, want ik vind het aherheerhikst haar te hebben.

Liefste, let maar niet op het slordig begin van dezen brief, want ik schreef het, toen het donker begon te worden, en toen ik mijn lamp opstak, merkte ik het pas. Het is nu half tien, en deze moet weg. Tot morgen, Lief, eenig Lief, met heel innige zoenen kust je:

jouw eigen Jean

Bussum, Parkzicht 22 Aug. '99

Och, Lief, wat dat kriebelen betreft, daar wen je wel aan. 't Is alleen maar de ongewoonte. Maar ik weet wat. Ik 2al je niet kriebelen, en er alleen maar mee dreigen. Bijv. 2ÓÓ: ik wil van je gedaan krijgen, dat je mij „heve snoes" noemt. Maar dan bedank jij daarvoor: want dan ga je bijv. 2eggen: „Een snoes ben je heelemial niet! Neen, hoor, „dan ken ik wel andere menschen, die veel meer aanspraak hebben „op dien naam." Dan wijs ik alleen maar met mijn linker ring-vinger naar je arm, en dan kruip je van angst in elkaar, en begint dadehjk te 2eggen: „O, ja, Willem, je bent wel een snoes en een almachtig„groote ook! Een room-snoes ben je, en ik 2al voor eeuwig je

Sluiten