Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

668

LIEFDESBRIEVEN

Maar, neen, heusch, Liefste, je moet me nooit meer kriebelen, zal je met? zelfs er me niet mee dreigen, - je hoeft er heusch niet lang om te vragen, als je wat van me gedaan wilt krijgen, - en dan Lief als ik toch weet, dat je het niet zal doen, kon ik me wel eens niet aan dat dreigen storen! Neen, je mag me zoenen, zoo veel ak ie wilt je hebt wel gemerkt, Lief, dat ik daar nü wel tegen kan, - maar

?pr^n We , ook dat ïe me moit meer kriebelen zal? Zeg eens ja, Willem, dan ben je een snoes!

Hè, Lief, ik ben toch zoo bhj met je Kroniek. Er is, geloof ik memand op de wereld, die zóó kalm-klaar-precies, zóó juist en raak' zoo scherp en helder, de dingen weet weer te geven, die hij te zeggen heeft. En weet je, wat 't is, Lief? Bij andere critieken krijg ik zoo dikwijls een neiging, om mijn schouders op te halen en te denkenJNu ja dat is een persoonlijke appreciatie, een particuliere opinie dikwijls meer gericht op den schrijver dan op het werk, maar bij jou krijg ik altijd het gevoel: „Ja, zoo is het, en ieder, die dit gelezen heert, zal het óok zoo begrijpen, en mee gaan voelen." Ik mag toch wel eens zoo iets zeggen over je werk, hè, Lief?

O, ja, mag ik dat boekje van Tolstoj eens van je leenen, Lief? O, nu nog vijf dagen, en dan! O, wat het heerhjk zijn, als je hier bent. En het verrukkelijkste is, dat je niet zoo dadehjk weer weg hoeft te gaan, want anders hebben de dagen maar een halve waarde, vind je ook niet, Lief? O, ik wou, dat ]e het ook zoo ontzettend prettig vond als ik, dat je er even onhoudbaar naar verlangde elkaar weer te zien. Maar jij kan er natuurlijk niet zoo heelemaal in opgaan, Lief, als ik; jij hebt je eigen belangen, je eigen dingen, waaraan je denken moet, je eigen werk, en zoo meer; ik heb absoluut niets anders wat me bezig houdt dan jou. Maar een klein beetje pleizier zal t vooruitzicht je toch wel doen, niet, Lief? en dat besef stemt me weer bhj.

Dag, Liefste, eenig-Lief-voor-altijd! met een innigen zoen

jouw eigen Jean

Bussum, Parkzicht Liefste, Wat heerhjk, dat je zoo opschiet met Walden; om je de waarheid te zeggen, heb ik me dikwijls afgevraagd, of ik die zelfopoffering wel van je aannemen mocht, en me bezwaard gevoeld,

Sluiten