Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

672

LIEFDESBRIEVEN

Maar weet je, wat 't is, Lief? Als ik weet, dat iets gauw gebeuren zal, dan wordt mijn ongeduld zóó hevig, mijn verlangen zoo sterk dat ik t haast met bedwingen kan. O, dat verdriet om je afwezigheid! O, de gedachte, dat ik je eindelijk Maandag zal zien, is een weldaad

Ik geloof met, Lief, dat er in dezen briefiets staat, dat je bedroefd maken kan. Alleen zal dat eeuwige voort-borduren op het themaverlangen, verlangen, je misschien een beetje vervelen, maar, o Liefste, bedenk maar altijd, dat Jean niet vroohjk kan zijn, als zé zulke gedachten m zich voelt, en dat ze zich nooit anders voor kan doen dan ze innerlijk is.

O, Lief, zal ik je nu eindelijk eens in werkelijkheid Maandag een zoen kunnen geven?

Met teedere kussen

jouw eigen Jean

Bussum, Parkzicht Hoor eens, Lief-voor-akijd, nu moest je mij één pleizier doen en nooit meer denken, dat ik eigenhjk wel buiten je zou kunnen, zooals je tusschenbeiden nog wel eens schijnt te doen. Want ik zeg je op mijn woord van eer, als jij er niet meer was, dan zou ik ook niet meer willen zijn. Kan dat besef je niet een voortdurende kracht geven een jezelf verheugende, inwendige kracht, het besef, zeg ik, dat jouw bestaan een absolute, onvervangbare noodzakehjkheid is voor het bestaan van een ander mensch? Als ik je nooit ontmoet had, dan had ik waarschijnlijk voort-geleefd, somber wel en ijzer-strak, doch ik had geleefd, maar als je nu opeens van me werd weg-genomen, dan zonk tegelijk met jou, het heele leven voor mij weg. Want, o, God! Jean! ik heb je zoo ontzettend hef! Jij bent de eenige mensch onder alle menschen, die waarachtig voor mij bestaat. Bij jou vergeleken zie ik alle anderen als vliedende schimmen, heen en weer vliedende schimmen, vernevelingen, die weer wijken voor andere vernevelingen en waar ten slotte mets van achterblijft als een gedachte, als een vage herinnering in ons contempleerend brein. Maar jij bent het standvastige en toch wonder-gevoehge, jij bent het teere en toch het sterkwMlende, jij bent de eenige, de nooit-vergaande, de eeuwig-waarachtige, de echte mensch! En denk nu niet, Lief, dat ik dit in een soort van opgewondenheid zeg, die morgen weer verdwenen is; ik ben

Sluiten