Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIJFDE PERIODE

673

wel inwendig heelemaal geëmotionneerd, op 't oogenbUk, en 't is me, of mijn diepste ziel op mijn lippen komt, maar ik behoud toch altijd mijn zelfkennis, ik observeer mijn eigen emotie, terwijl ik haar onderga. En zoo ben ik nu ook in staat om te zeggen, wetend dat ik de waarheid spreek en het niet is de stemming van een oogenblik, zoo kan ik zeggen, dat deze emotie van mij geen waan is, die weer voor een andere stemming zal vergaan, neen, dat ik daarin uitspreek mijn hoogste overtuiging, die tevens is mijn hoogste geluk. O, ik wou zoo, dat ik wist, zeker wist, dat ik jou ook eenig geluk daarmee gaf!

O, kon ik in je oogen lezen de waarheid, kon ik haar hooren in den toon van je stem, dat mijn hefde je eenig geluk geeft, dat ik waarachtig iets voor je ben!

Vergeef me, Jean, ik merk het wel, ik weet het wel uit je heve, je aanbiddelijke brieven, maar, Lief, o, mijn Lief, dat ik niet bij' je ben! O, als ik bij je was, ik zou je heel zacht nemen in mijn armen, ik zou ie diep-stil aanzien, dicht bij je gezicht, je goddelijk gezicht, met gelukkig-lachende, stralende oogen, ik zou uit mijn bhk den gloed van mijn ziel in je over willen storten, aldoor teeder naar je ziende van omlaag, tot mijn hoofd vanzelf voor je bukte, lager en kger voor je nederbuigend, en mijn lippen kusten je heven voet. Jean, ik heb je onuitsprekelijk hef! Je hoort het nu, maar voel je het ook, sterk als een vloedgolf dringen in je ziel? Voel je 't, voel je 't stijgen in je als een klare verheuging, een onwankelbare wetenschap, die de diepten des levens voor je verheldert, voel je 't, Lief, als een zaligend bewustzijn, dat mijn ziel voor jou slechts leeft? O,' zie me, hoe ik hg op mijn knieën voor je neder, omslaükend je met zachte buiging van bevende armen, o, zie me, hoe ik buk voor je, mijn hoofd diep naar den grond. Doe met me, wat je wilt, ik geef me willoos aan je over, maar, o, mijn Liefste, mijn Jean stoot mij nooit van je weg! Ik zal je verheugen, ik zal je verrukken, met alles wat een mensch den mensch kan geven, ik zal je diepste ziel doen ontbloeien, in zooverre die nog niet uit zichzelf ontlook!

O, heerhjke Jean, het leven is een vreemde, maar rijke droom! En als twee menschen waarachtighjk willen, twee menschen, die goed zijn en zuiver en krachtig, dan kunnen zij 't onmogehjkste maken tot waarheid, het hoogste van hun illusies, wat, als alle illusies slechts schijn leek, maken tot een werkelijk, een gloeiend geluk! O, Jean je zult gelukkig wezen, want ik zal de mensch zijn, die jou'trouw

Sluiten