Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIJFDE PERIODE

«77

je lief, ik heb je hef, en mijn hefde zal eerst met mijn leven vergaan! O, voor eeuwig en eeuwig heb ik je hef, mijn Liefste, mijn eenig Lief!

Met een innigen zoen

jouw eigen Jean

* *

Liefste,

In het Weekblad lees ik, dat Jacq een stukje in Nederland heeft. Is dat aardig? En heeft Hein jou misschien een adres geschreven? Ik heb nog niets van hem gehoord.

De koffie is afgeloopen. Juffrouw van Lennep, een kleindochter van den schrijver van Lennep, zat mee aan tafel, 't Is een soort van vriendin van Juffr. Linn, en ze doet zich voor als een lange, bleeke juffrouw in een eng-aansluitend rouwkleed. Daar kwam een glimlach in mijn oogen, toen zij zoo, onder 't haar boterham in reepjessnijden door, vertelde, dat zij afstamde van Godfried van Bouillon. En om den indruk van pedanten trots, dien ze daardoor hcht zou kunnen maken, wat te matigen, het ze er op volgen, dat ze ook afstamde van Ruychaver (de een of andere bijfiguur uit de geschiedenis der Republiek). Ik herinner mij den naam wel van vroeger op school, maar kan hem niet precies thuis-brengen. Ze wist ook nog te plaatsen, dat het landgoed „Biljoen" aan haar betovergrootvader had behoord, en dat haar oom op een soort lustslot woonde, waar de bedienden met elkaar converseerden in de Engelsche taal. Ik denk dat haar goede grootvader Jacob een guitigen trek in zijn ooghoek zou gekregen hebben, als hij zijn zevenentwintigjarige Dora zoo had hooren uitpakken.

Terwijl ik dit schreef, kwam Marius Bauer, de schilder, afscheid van me nemen; hij gaat naar Jeruzalem. Toen wij elkaar de laatste hand gaven, zeiden wij: „Nu, tot de volgende eeuw!"

Ik wou, dat jij en ik hem achterna konden reizen, ver weg uit al het nietige, daaglijksche gedoe! Maar, enfin, ik zal maar denken: ik kom nu gauw in den Haag, en dan huren wij bij een velocipèdehandelaar een luchtballon, en gaan langs de rails van onze gedachten naar... Venus. Hoe vind je dien onzin? In menschehjke taal uitgedrukt, wil dat zeggen: dan gaan wij naar het strand te Scheveningen, en opgeklommen naar het Kurhaus gaan we daar zitten te triktrakken uit den treure, terwijl de gegalonneerde kellners om ons

Sluiten