Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

694

LIEFDESBRIEVEN

ik onder jouw suggestie leef. De gewaarwording moet ik zeggen, is allerprettigst; zij is alleen maar een beetje onpraktisch, zoo, midden in den nacht. Maar gelukkig komt dat er nu zoo heel erg niet op aan, want morgen heb ik toch geen bijzonder werk te doen, en kan dus vrij aan jou denken en schrijven; en ik laat mij dus maar gaan, en vertrouw mij toe met zoete gelatenheid aan de wonderbare macht, die mij drijft. O, Jean, ik heb je zoo onuitsprekelijk hef. En mijn hefde voor jou is geen banale verhefdheid, het is mij niet alleen maar te doen om je te kussen en te streelen, al verrukt mij dat ook diep, al vind ik dat ook, met jouw prachtige goedkeuring, het heerlijkste wat er is. O, ik zou je wel altijd willen aanraken, maar toch is dat slechts de helft van mijn hefde, of beter nog: mijn hefde slechts van één kant gezien. Nu ik zit op mijn stoel, komt de begeerte, breed als een zeevloed, geweldig en onweerstaanbaar in mij op. Maar in bed dacht ik er eigenhjk heelemaal niet aan. Ik had toen alleen een ondefinieerbaar, rusteloos door mijn hoofd heen en weder gaand gevoel van een namelooze weelde, die mij uit den slaap hield, wijl ik lag in het donker, en langzaam aan, in een halve bewustheid, alles mij herinnerde van de laatste week. O, Jean; ik heb je hef, niet om je lichaam alleen, maar met je lichaam om alles wat je bent. Ik zeg dit zoo rond-uit, want ik geloof wel, dat het je pleizier zal doen te hooren, dat ik je hefheb, niet slechts met de fijnste bewegingen van mijn zenuwen, maar met mijn volledige menschehjke Zijn, met het algeheele leven van mijn Ziel. Ik weet niet, of mijn ziel, zooals men haar noemt, onsterfelijk is, maar dat zij jou hefheeft, zoolang ak zij zichzelf bewust is, dat zij bestaat, dat is zoo onwedersprekehjk, dat voel ik zoo zeker, dat weet ik zoo vast, als dat ik „Willem" heet en jij „Jean". Houd je dus maar zeker, Lief! van de toekomst, want ik ben gezond en sterk en flink, en ik verzeker je, dat ons leven bij voortduring zal wezen een bewuste roes van geluk. En houd dit nu niet voor een opgewonden uiting, voor een lyrische bevlieging, want, heve, heve Jean, ik weet, wat ik zeg. O, je bent zoo anders als al andere vrouwen, - het weeë, het vage, het indeciese, waar men bijna niet uit wijs kan worden, en wat, op den duur, slechts de zinnelijkheid van den man kan prikkelen, dat mis je, goddank, heerhjk Lief! heelemaal. Heusch, Jean, jij bent niet in de eerste plaats vrouw, jij bent in de allereerste plaats mènsch. En daarom is mijn hefde, die ik hoe langer hoe meer voel groeien, en waardoor ik me zóó gelukkig voel worden, als ik niet dacht, dat een mensch kon zijn, daarom is

Sluiten