Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

696

LIEFDESBRIEVEN

Tot straks, mijn Liefste, Eenige, dan schrijf ik je weer. Met innige, zachte, teedere zoenen

jouw eigen Jean

# *

Bussum, Parkzicht 6 Sept. '99

O, Lief, Lief, ik wou, dat ik je duidelijk kon maken, wat een inwendige ontroering van onuitsprekelijke zaligheid je heerhjke brief mij heeft gegeven, dien ik hedenmorgen ontving. Als ik niet zeker wist, dat je Vrijdag kwam, en dat wij dan nooit meer van elkander zullen afgaan, dan hoogstens voor eenige uren, dan voel ik, dat ik dadehjk weer op de spoor zou gaan zitten, om je weer even te zien en te hooren, om stil bij je te gaan zitten, en niets anders te zeggen, dan: Jean, ik heb je hef! ik heb je ontzettend, oneindbaar hef! Ik zou je aldoor aanzien, terwijl ik zoo bij je zat, niets anders doende, dan je hand in de mijne houden, en je zacht strijken over je mooie haar. O, Jean, heve Jean, wil je wel gelooven, dat je mij heilig bent, onaanrandbaar, ver en hoog sta je voor mij in mijn verbeelding en toch zoo innig-vertrouwd en hef, als slechts de heiligen kunnen zijn in de gedachten der kerkehjk-vromen. O, Lief! Lief! je hemelsche brief! Want wil ik je eens wat zeggen? Ik was zoo bang dat ik je een beetje tegen was gevallen. Dat kwam niet door iets, wat je zei of deed, want je bent als een engel voor mij geweest, - neen, die vrees kwam alleen door het gevoel van mijn eigen onmacht om mij te uiten in het gesprek. Ik ben zoo het tegenovergestelde van een woordenrijk mensch, en ik voel mij dikwijls als in mijzelf vastgemuurd. Maar binnen-in mij brandt het en klopt het en verlangt het: O, Jean, Jean, ik heb je grenzeloos hef! Maar ik voel zoo zeker, dat dat wel langzamerhand beter zal gaan, als wij maar veel tezamen zijn. O, Lief, wat zal dat verrukkelijk zijn, als ik in den Haag woon! (Mevrouw Parkzicht nam het bericht van mijn vertrek zeer natuurlijk op, en zei, dat ze het wel had verwacht.) Nog maar drie weken en dan ben ik er. En overmorgen kom je al weer hier: en dan is alle leed geleden, hè, Lief? Want ik voel het zoo verschrikkehjk mijn alleen-zijn onder vreemde menschen. Ik voel me hier als een verbannene in Siberië: geen spier van mijn gelaat mag vertrekken, geen toon van mijn stem mag mijn innerhjk gevoel verraden, en dat

Sluiten