Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7oo

LIEFDESBRIEVEN

altijd, dat al mijn krachten, willen, gevoelens en gedachten er oo geacht sullen zijn, om ook jou te doen zijn, wat je mij hebt gemaakt: gelukkig, en met het leven in vrede!

O, ik heb je hef. Het denken aan jou is het eenige, dat bewust in mijn hersenen is, - al het andere is vaag en ver en gaat me ónberoerend voorbij. Ik heb jou hef, jou heel-alleen en voor altijd jou - ik behoor aan jou, en memand zal ooit iets van me hebben, zelfs niet de opzet-van-een-gevoel, zelfs geen gedachte, - dan uitsluitend jij, mijn Lief, mijn eenig en absoluut Lief! 1' '

Zooeven werd me je telegram gebracht; je hebt nu ook mijn brievenontvangen^: wacht nu weer met verlangen op jouw brief, die, denk ik, om halfvijf komen zal, omdat je berichtte: „brief onderwee "

Vanmiddag ga ïk naar Veenstra, om te spreken over Walden en mijn meuwen dichtbundel, en om schetsen te brengen vier die ik «stèren en vandaag, zonder er mijn gedachten bij te kunnen houden heb neergeschreven.

O, Lief, nu kan ik toch: „tot morgen"! zeggen. O, morgen! O Liefste en dan nooit meer, nooit meer lang weg van elkaar, hè

ur r -20en ,e ^,en ""%-zacht, heve, heve Wihy-voor-altijd, en bhjf in onveranderhjke hefde

jouw eigen Jean

O, Lief ik moet nog even aan je zeggen, boe heerhjk ik 't vond, dat er vanmiddag, na den afloop van de visite, een brief van je was O t was zoo lang en zoo taai, en ik verlangde zoo, dat 't óm mocht zijn...

Ik kan je dus niet zeggen hoe 'n verkwikking me je brief is geweest, en ik dank er je héél innig voor, want ik ben nu weer veel opgewekter, en prettiger gestemd, dan ik zoo even was, Lief. Ik emdig nu maar, en stuur dit briefje gauw weg.

Dag, heve, heve Lief!

Met een innigen zoen

jouw eigen Jean

* *

Sluiten