Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10

In de vijfde plaats zijn voor karaktervorming noodig werkzaamheid en lijdzaamheid. In den smeltkroes van den arbeid en van het lijden wordt het karakter gevormd. „De steilte van den arbeid af, het water van het lijden door; een andere weg is er niet!" Wie in het bosch wil komen, moet het kreupelhout door. „Hoeveel kunt gij verdragen? hoe lang kunt gij wachten?" zijn de vragen, welke aan iederen beginner op den weg der karaktervorming gedaan worden. Wie niet werkt en niet lijdt, kan zijn karakter niet vormen. In den wedstrijd van het leven ziet de karaktervormer honderden voorbijsnellen, die zich minder moeite geven dan hij. Hij werkt; wanneer zij feestvieren of slapen of vacantie nemen, Hij blijft laag bij den grond, terwijl zij schijnbaar klimmen. Hij lijdt, terwijl zij schijnbaar slagen. Maar hij maakt door zijn werk en zijn leed van zich zeiven eene krachtige persoonlijkheid, die den tegenspoed verdragen kan en staan blijft, wanneer zijne voorbijsnellers reeds lang gevallen zijn.

In de zesde plaats is voor karaktervorming noodig zelfkennis. Zonder zelfkennis geene zelfverbetering. Men kent anderen meestal beter dan zich zeiven. Bij het streven naar zelfkennis zal men dikwijls bemerken, dat men hetzelfde gebrek heeft, waarover men zich bij een ander beklaagt. Zelfkennis verkrijgt

Sluiten