Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

17

weduwnaar was, besefte hij zijne liefde voor Agnes en zij, die hem geholpen had om gelukkig te worden ten koste van haar eigen geluk, sprak dit uit in haar antwoord op zijn aanzoek: „ik heb u mijn geheele leven liefgehad".

Zoo moeten wij leven voor anderen; zoo het kan met de zorg voor 't eigen geluk; zoo 't niet kan, zonder datl Zoo moeten wij den adel van ons karakter toonenl Niet om het geluk te bemachtigen maar om het geluk te verdienen moeten wij welwillend zijn. Niet om rijkdom, voordeel of eer moeten wij dit eerste beginsel van een goed karakter toepassen, maar om het eenige ideaal hoog te houden, dat ons leven boven het alledaagsche verheft.

Niet de daad naar het beginsel verheft. Terecht bewonderen wij den man, die met opoffering van eigen leven den medemensen het leven redt, maar de ware grootheid is bij hem, bij wien die daad de bekroning is van een geheel leven van welwillend* heid, welk leven ook zonder die gelegenheid tot opoffering, al is het wellicht onopgemerkt voorbijgegaan, de hoogste achting verdient. De slechtste menschen kunnen edele opwellingen hebben, maar, al juicht men die toe, de edele wil staat hooger. Een altruistisch leven staat hooger dan eene altruïstische daad.

Sluiten