Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

19

winning ziet, maar dat, waarin men de beste gelegenheid ziet om zich nuttig te maken. Iedereen moet grooter zijn dan zijn beroep en wel door het te beschouwen als eene gelegenheid om wél te doen. Waar nuttige arbeid is, volgt de kostwinning van zelf; wie zich nuttig maakt wordt benut. Ook moet men nooit eens anders beroep begeeren, maar altijd zijn eigen beroep verbeteren. Ons ideaal moet zijn: zich in een nuttig beroep zoo nuttig mogelijk maken; alleen wie dat volbrengt, is geslaagd.

Welwillendheid kan met ware eerzucht samengaan, maar niet met valsche eerzucht. Ware eerzucht is de begeerte om in zijn geheele leven zijnen plicht gedaan te hebben, de wensch om een vlekkeloos leven te leiden, de zucht om onomkoopbaar te zijn, niemand ooit te vleien, zich niet te verrijken ten koste van anderen en niemand te bedriegen met wat dan ook, in één woord eenen goeden naam te verdienen en achter te laten. Valsche eerzucht is de zucht om hooge betrekkingen te bekleeden, ook die, waarvan men geen verstand of waarvoor men geenen tijd heeft, en te schijnen wat men niet is.

Welwillendheid moet samengaan met vrijheidszin, maar kan niet samengaan met overdreven vrijheidszin. Vrijheidszin is de zucht om aan niets of niemand te gehoorzamen, behalve aan eenen zelfopgelegden

Sluiten