Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

20

plicht. Overdreven vrijheidszin is de zucht om aan niets of niemand te gehoorzamen, zelfs niet aan eenen zelfopgelegden plicht. Men moet niemand helpen ten koste van zijne vrijheid. Welwillendheid mag niet ontaarden in heerschzucht. De vrijheid is de eenige lijst, waarin de schilderij der welwillendheid tot haar recht komt.

Welwillendheid moet samengaan met eergevoel. De welwillende mensch behoeft niet alles af te wachten. Hij mag niet afwachten wat zijne achtenswaardigheid vermindert. Maar eergevoel moet niet ontaarden in prikkelbaarheid of kwalijknemendheid. Men moet niets kwalijk nemen, dat niet met de bedoeling om te beleedigen gezegd of gedaan is. Aangeboden verontschuldigingen moet men zooveel mogelijk aannemen. Men behoeft eene beleediging niet te beantwoorden met eene uitdaging. Men spreke den beleediger niet meer toe. Desnoods verlate men zijn gezelschap. In het uiterste geval beroepe men zich op eenen eereraad of, indien dat niet kan, op den strafrechter.

Men moet niet alleen tegenover vreemden maar ook tegenover huisgenooten welwillend zijn. Sommige menschen zijn buitenshuis de welwillendheid zelve en binnenshuis de onwelwillendheid zelve. Andere menschen zijn thuis welwillend en buitens-

Sluiten