Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

26

te loopen of te vleien of gunsten aan hen te vragen -werpt men zich weg. Door platte aardigheden werpt men zich ook weg. Door slecht gedrag werpt men zich geheel weg. Wie de achting voor zichzelven verloren heeft, is alles kwijt. Ons geheele leven moet er op ingericht zijn om die achting te hebben.

DANKBAARHEID.

Deze eigenschap is zeldzaam en toch is „een ondankbaar mensch een slecht mensch". Vele menschen beloven gouden bergen vooraf en buigen daarbij als knipmessen, maar, wanneer de weldaad of de dienst bewezen is, wordt de belofte vergeten en houdt het buigen op. „Leent gij eenen vriend, gij maant eenen vijand." Ook voor geoorloofde geschenken moet men dankbaar zijn. De bezitter van een goed karakter beoogt geene dankbaarheid en laat zich door ondankbaarheid niet afschrikken, maar het is toch eene groote fout ondankbaar te zijn. Indien wij al welwillendheid moeten betoonen aan iemand, die ons geene welwillendheid betoonde, hoeveel te meer moeten wij dit dan niet doen aan iemand, die dit wel deed ! Men mag zijne weldoeners niet vleien, maar erkenning van welwillendheid is geene vleierij. Eenen bewezen dienst moet men nooit vergeten.

Sluiten