Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34

MOED.

Moed is niet de eigenschap van hem, die onnadenkend met zijn leven en met dat van anderen speelt, maar de eigenschap van hem, die met gevaar voor oogen zijnen pÜcht doet zonder zich daardoor te laten weerhouden. Vrees is eene slechte raadgeefster. Zij leidt dikwijls tot voorzichtigheid, maar men kan voorzichtig zijn zonder bevreesd te zijn. Men moet zoo voorzichtig mogelijk zijn, maar nooit vrees-, achtig. Moed is niet alleen de moed om te sterven, maar ook de moed om te leven en te lijden voor de verwezenlijking van een ideaal. De ware moed wacht kalm af en handelt niet noodeloos. Het moedig zijn bestaat niet in het opzoeken van gevaren, maar in het trotseeren van gevaren waar men anderen helpen kan. Welwillende moed is de ware moed. Moed ten koste van het lijden van menschen of dieren is misdadige moed. De oorlog is niet noodig om den moed levendig te houden; de rampen der natuur zijn voldoende. „Zeg nooit, dat gij niet duelleeren zult; er zijn altijd menschen, die daarvan misbruik maken". Wees niet bang uwe meening te zeggen, maar zeg die niet noodeloos. Onderteeken wat gij schrijft.

VROOLIJKHEID. „Gij moet vroolijkheid in u zeiven hebben of gij

Sluiten