Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

15

1927

Want nu het eenmaal zóóver is gekomen, vreest de voedster dat Hippolytus het gebeurde aan zijn vader zal overbrengen en zet zij haar meesteres [tot de aanklacht aan onder het argument: „Misdaad moet met misdaad bedekt worden." Dien raad opvolgend, liegt Phaedra haar gemaal voor, dat „niet haar hart is bezweken voor zwaard of bedreiging, maar wel haar lichaam is verkracht." Maar is dan later haar geliefde op gruwelijke wijze omgekomen, dan doodt zij zichzelve bij zijn lijk met datzelfde zwaard dat hij, haar leven sparend, eenmaal bij haar achterliet. „Onze harten te vereenigen," zegt zij '), „was ons niet geoorloofd, thans mogen wij ons lot verlwnden." En verzoenend werkt het, — in tegenstelling van de voorstelling bij Euripides, — dat zij'^óór haar dood bekent, haar stiefzoon valschelijk ervan beschuldigd te hebben dat hij haar geweid heeft aangedaan.

Wat dien Hippolytus aangaat, daarvan heet het bij monde van de voedster2): „Al wat vrouw heet, haat en ontvlucht hij; aan het echteloos leven wijdt de hardvochtige zijn jaren en schuwt het huwelijk. Daaraan herkent men den Amazone-telg." En zelf geeft hij later uitdrukking aan zijn gevoelens betreffende de andere sekse door aan die voedster toe te voegen3): „De vrouw gaf den stoot tot alle kwaad. Zij was het, die de misdaden'ttitdacht en op het hart beslag legde. Door haar ontucht zijn zoovele steden in de asch gelegd, voeren zoovele volkeren samen oorlog, zijn zooveel koninkrijken ten val en zooveel inwoners tot slavernij gebracht." Ja, hij voegt aan dat minder vleiend oordeel iets later nog de woorden

1) Vs. 1183.

2) Vs. 230—33.

3) Vs. 558—62.

Sluiten