Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

17

twijfelachtig bezit der stervelingen, kortstondige gave met een kleine spanne tijds, hoe snel vliedt gij heen met vluggen voet! Geen dag die niet iets aan de schoonheid van het lichaam ontneemt. Schoonheid is vergankelijk; welke wijss zal zoo broos een goed vertrouwen? Geniet van uw bezit, zoolang het u geoorloofd is! Ongemerkt ondermijnt u de tijd, en ieder volgend uur is erger dan hetwelk voorafging."

En eindelijk, in den derden koorzang, de volgende sombere bespiegeling over het lijden der onschuld, blijkbaar geïnspireerd door het zedenbederf en de wantoestanden onder Nero's bestuur en dat zijner onmiddellijke voorgangers :

„Waarom zijt gij, die het Heelal regeert, waarom zijt gij zoo ver van den mensch verwijderd, onverschillig omtrent zijn lot, zonder zorg voor den goede, zonder straffe voor den booswicht? De fortuin regeert het menschelijk lot zonder eenige vaste wet; zij strooit blindelings haar gaven uit en koestert het kwaad. Wellustelingen brengen eerbiedwaardige mannen ten val. Bedrog heerscht in het paleis der vorsten. Met vreugde geeft het volk den schelm de teekenen van het hoogste gezag; maar wie dat volk heden eert, haat het morgen. De strenge deugd erlangt voor haar goede daad geen loon, maar straf. Bittere armoede vervolgt de braven; maar de boeleerster, evert zondig als machtig, zegeviert. O kuischheid, ijdele klank! O eer, valsche naam!"

Vergelijken wij nu Euripides en Seneca, dan vinden wij in beider treurspelen een aantal niet onaanzienlijke verschilpunten. Bij den eerste is Phaedra in haar minnegloed een werktuig van Aphrodite ter bestraffing van

I) Vs. 974—88.

Sluiten