Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

19

1927

valschelijk te beschuldigen. En als deze zich dan later berouwvol doorsteekt op het lijk van haar beminde, doet zij het, evenals bij Seneca, met de woorden l):

„Te paeren siel met siel en vielme niet te beurt;

Maer 't isme wel gegunt te paeren d'ongelucken."

IV.

Veel zelfstandiger is een halve eeuw na Vondel de nieuwe bewerking van het gegeven door Racine. Zijn stuk werd voor de eerste maal opgevoerd op i Jan. 1677, twee dagen vóór dat van zijn minderwaardigen mededinger Pradon. De eerste uitgave was getiteld: „Phèdre et Hippolyte", de tweede van het jaar 1687 alleen „Phèdre", ofschoon er slechts zeer weinige en niet veel beteekenende wijzigingen in waren aangebracht, evenals dit het geval was met de. derde uitgave van, — wederom tien jaren later, — 1697.

Voltaire, La Harpe e. a. gaven aan Racine's drama verre de voorkeur boven dat van Euripides: La Harpe ging zelfs zóóver te beweren, dat Racine overal „de grootste gebreken had vervangen door de grootste schoonheden" (a partout substitué les plus grandes beautés aux plus grands défauts). Schlegel daarentegen was juist omgekeerd van oordeel, dat de tragoedie van den Griek het verre won van die van zijn Franschen navolger •), evenals Fénelon reeds vroeger (1714) diezelfde meening had uitgesproken. Maar niemand twijfelde er ooit aan, dat Racine alle andere Fransche bewerkers Van het thema verre in de schaduw stelde; zoozéér zelfs, dat die andere later niet eenmaal

1) Vgl. boven, Seneca ts. 1183.

2) In zijn „Comparaison entre la Phèdre de Racine et cellc d'Euripide", Paris 1807, later herdrukt in zijn „Essais littéraires et historiques". Bonn 1842-

Sluiten