Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1927

20

meer genoemd werden. Friedolsheim verklaarde van Racine's Phèdre dat „la critique de nos jours lui a rendu la place qui lui convient, la première parmi les chefs-d'oeuvre de 1'esprit francais". En een dramaturg als Schiller versmaadde het niet om als laatsfcen arbeid vóór zijn dood de Fransche tragoedie in 't Duitsch over te zetten, al noemt Wilamowitz die vertaling „eine recht anfechtbare Uebersetzung" i). Niet te vergeten evenwel valt hierbij, dat de groote dichter de vertaling had voltooid in slechts twintig dagen; en daarenboven in een wintertijd waarin hij voortdurend door katarrh geplaagd werd, die hem zeer aangreep en, naar hij aan Körner schreef, hem vrijen scheppingsarbeid geheel onmogelijk maakte.

Racine nam zoowel Seneca als Euripides ten voorbeeld en ontleende aan beiden gegevens, maar hij sloot zich toch wel het meest aan bij Seneca. Euripides' voorstelling werd o. a. gewijiigd met 't oog op de heerschende Christelijke opvattingen, en het fatalistisch verloop onder de inwerking der Goden werd vervangen door de gevolgen van inwendige, aan zichzelf te wijten onvolkomenheid en zonde. Evenwel-, men vraagt zich dan af wat toch wel die Hippolytus had bedreven om een dergelijk vreeselijk uiteinde te verdienen; terwijl ook Oenone niet anders handelde dan uit edele bedoelingen tegenover hare meesteres. In zijn voorrede tot het stuk zegt Racine zelf, het niet over zich te hebben kunnen verkrijgen, den vreesdij ken laster door de vorstin zelve te doen uiten en dien daarom in den mond te hebben gelegd van de voedster, die daarmede eer en leven harer meesteres wilde redden, terwijl aatt Hippolytus geen verkrachting maar slechts boos opzet wordt aangewreven. Om verder bij de toeschouwers niet enkel verontwaardiging te wekken over

1) Griech. Tragoed. I pag. 88.

Sluiten