Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1927

behandelingen heeft beleefd. Reeds vóór Racine had dit plaats gevonden door Robert Garnier, die Phaedra doet eindigen met de bebloede lippen van Hippolytus' lijk te kussen, evenals later in Wilde's „Salome" de heldin het hoofd küst van den geliefde, wiens dood zij eveneens veroorzaakte uit versmaden min. Na Garnier verschenen nog bewerkingen van La Pinelière in 1635 en van Gabriel Gilbert, terwijl nagenoeg gelijktijdig met Racine die van Bidar (1675) en van Pradon (1677) het licht zagen. In deze beide laatste treedt Phaedra op niet als de vrouw van Theseus, maar als diens verloofde, waardoor natuurlijk haar tweestrijd tusschen liefde en huwelijksplicht geheel komt weg te vallen.

Ook als Opera-tekst werd de stof gebruikt door Pellegrin (1733) en Lemoine (1786), terwijl Palmezeaux haar opnieuw dramatisch bewerkte onder Napoleon (1803). Maar niet alleen in Frankrijk, ook elders werd zij door schrijvers gebezigd. Zoo verscheen in Duitsehland in 1846 een drama „Hippolytos" van Oswald Marbach; en in 1913 een ander van denzelfden naam, geschreven door Siegfried Lipiner; terwijl van den bekenden Italiaanschen dichter Gabriele d'Annunaio een „Fedra" verscheen in 1909, waarin de heldin geteekend wordt als vol wellust voor den edelen Hippolytus, die dusdanig voortreffelijk en aantrekkelijk wordt afgemaald, dat Phaedra's zinnelust er alleszins begrijpelijk door wordt.

Wij kunnen hier moeilijk bij al die verschillende bewerkingen stilstaan; alleen van het zeer gevoelvol en dichterlijk tooneelstuk van Lipiner, die in 1911 te Weenen stierf, willen wij nog een kort overzicht geven ter kenschetsing van diens wijze van behandeling. Phaedra, voorgesteld als een op koning Minos veroverde krijgsbuit, wordt op eerste gezicht verliefd op haren stiefzoon, hem aanstarend in sprakelooze verrukking en zaligheid. Maar

Sluiten