Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

?9

192?

als streelend voor zijn ijdelheid. Hier echter hebben wij te doen met het bizonder geval, dat de echtgenoot der vrouw zijn vader is en dat hij diens huwelijksrechten ziet aangetast, temeer waar hij kan veronderstellen dat ook een ander dan hijzelf tot minnaar kon worden verheven. Daarom kan hij, vooral ingeval hijzelf van allen hartstocht ontbloot is, de zaak hoog opnemen en verre van liefderijk op de liefdesbekentenis reageeren.

En wat zal nu de vrouw doen, die zich aanbood, maar haar liefde zoo versmaad zag? Zal zij na haar grievende teleurstelling uitzien naar wraak, dan wel in treurigheid en weemoed zich terugtrekken? Ook hier weer zal dit geheel afhangen van haar temperament en geaardheid. Want het is zeer wel mogelijk dat zij, zich in haar liefde bedrogen ziende, zich zwaar gekwetst voelt in haar eergevoel, nu de overwinning harer natuurlijke schuchterheid door een dergelijke weigering werd beantwoord. En die neiging tot wraakneming kan dan nog worden aangewakkerd door de vrees dat hij, die zoo weinig meegevoel met haar toonde te bezitten, haar ten slotte nog zal verraden aan den echtgenoot, waarmede haar diens bestraffing te wachten staat. Wij mogen ook nooit vergeten, dat wij hier te doen hebben met een koningsdochter, opgevoed in gevoelens van trots en eergevoel»

Zoo wordt het mogelijk dat zij, hoe laag dit ook zijn moge, uit zelfverdediging en uit in haat omgeslagen liefde den beminde gaat beschuldigen van datgene, waaraan juist zij zelve zich schuldig maakte. Te meer, nu haar vrees voor de mogelijke gevolgen niet ongerechtvaardigd is. Want vraagt men zich af, of de beminde den gemaal hetgeen voorgevallen is zal onthullen, dan spreekt het oogenschijnlijk wel vanzelf dat zoo iets, in 't algemeen gesproken, eene gruwelijke lafheid ware: een vrouw, door wie men zich bemind ziet, aan een andermans wraakneming over

Sluiten