Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Son berceau fut de fer, sous le fer ïl cotonné Son menton genereux, sous le fer il grisonne. Et par le fer trenchant il reconqueste encor Les sceptres, les bandeaux, et les perles, et 1'or.

Geen enkel van de woorden in de laatste regel mist men in Vondels treurzang. De lust in prachtige, roemende, klinkende woorden die zijn voorbeeld doorgaans eigen is, heeft hem aangegrepen. Tegelijk zijn hartstocht voor eigengevormde samenstellingen, zijn neiging naar uitvoerige, zich van vers tot vers voortzettende vergelijkingen, zijn kinderlijke zucht naar uitroepen van bewondering en verbazing, zijn even kinderlijke liefde voor weidsch aandoende mythologische herinneringen. Alles wat men bij Vondel zwier noemt, vindt men hier het eerst in de barokke vormen van de gasconsche poëet. Maar tevens leerde hij bij hem nog iets anders dat men minder verwachten zou, namelijk zakelijkheid. Du Bartas, hoezeer zijn schriftuur zich tot woordenrijke uitbundigheid leende, was geen frazeur. Integendeel is het grondwerk van zijn gedichten altijd een vast getimmerte, verlaat zijn gedachte nooit een werkelijke voorstelling, en spaart hij geen moeite om de onderdeelen van de dingen op het spoor te komen. Vondel tracht het hem daarin gelijk te doen. Gelegenheid, plaats en uitvoering van de moord gaat hij na, opdat zijn rijm zoo dicht mogelijk aansluit bij een werkelijkheid.

Het was niet weinig wat Du Bartas hem had aangedaan. Een stijl, die zeker de grenzen van een edele gebondenheid te buiten ging, maar die hij

18

Sluiten