Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door de anapaestische beweging aan 't eind een heel ander karakter. Of 't daaraan ligt dat zij, geschoold op 't latijnsche vers, het verschil tusschen dit en het nieuwere niet inzagen? Ik wil het niet tegenspreken. Of zijn zij misleid door een verkeerde opvatting van het fransche vers dat zij navolgden? Dit zeker ten deele, hoewel het bekend is dat Hooft, in een discussie met Huygens, de geregelde afwisseling van betoond en onbetoond loochende.

Toch heeft ook Hooft zich aan het feit dat ik noemde, evenmin kunnen onttrekken als iemand anders, en wij zien in Vondels vertaling van De Vaderen dat hij deze trek van het fransche vers öf niet ziet, óf er zich niet naar schikken kan.

Vondels alexandrijn, zooals hij hem hier van Du Bartas overneemt, weet van een anapaestische slag aan het eind van het vers zoo weinig dat als hij éen enkele keer voorkomt:

Mijn zwakke scheepken schroomt op die Zee te laveeren,

men verbaasd opziet, en voelt dat hij eigenlijk bedoelde het accent niet op „Zee", maar op „die" te leggen.

Het gevolg is geweest dat het nederlandsche vers, gelijk al zijn germaansche verwanten, welke vrijheden het zich overigens veroorloofde, meer nadrukkelijk metrisch bleef dan het romaansche, en dat de nederlandsche dichter, hoe spontaan zijn ritmiek ook wezen mag, niet enkel zijn gebondenheid aan syllaben-tal en rijm, maar ook die aan

23

Sluiten