Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

scheiding van een aarde, het aardsche te onderschikken aan het hemelsche.

In het tweede deel verschijnt Farao met zijn toovenaars. Hij verhardt zich tegen de wonderen, en verwerpt de eisch van Mozes en Aaron. Het koor zingt dreigend de aanstaande plagen.

In het derde deel is Farao murw geworden. Hij vergunt de uittocht, maar zonder hun beesten. De broeders weigeren en nemen hun eindbesluit. Het koor beschrijft de toebereidselen, het kleuren van de dorpels en posten waar Joden wonen, de dood van alle egyptische eerstelingen. In deze zang komen ook die strofen op de vrijheid voor: O zoete vrijheid! —die een weergalm zullen gewekt hebben in het hart van de hoorders.

O zoete vryheyt! wat een krooningh Dunckt u den ghenen die verniet Nu zoo vele eeuwen heeft ghedruct T'slaefsch joc van een tyrannich Koningh: Oftschoon t' wildt voghelken met lust Int korfken tiereliert en fluytert En inde traly twyl het tjuytert Verdient tghekochte zaadt gherust, T'zou lieverjin de taexkens schieten, En klieven met syn vlercxkens locht Den blauwen Hemel, zoo het mocht Slechts magher synen kost ghenieten.

Waerom versteect sich in de stoppels Der bosschen t' hoorn-ghetackte Hert, De rancke Hind waerom zoo hart En snel vlucht sy voor s' Jaghers koppels?

34

Sluiten