Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Scherprechtersse al te strengh! wie zou, jae moet niet vrezen De stramen van uw roede, uw zweep, en taeye pezen, Waermee ghy gaet te keer, en 't vel stroopt van de rugh Desgeens, die Goddeloos den zonden welfde een brugh.

Het is, mijns inziens, volstrekt ondenkbaar dat Vondel, dit uitgevende in 1620, niet wist tot wie hij zich richtte. Door welke gebeurtenissen anders dan door de vervolging van de Remonstranten en de gevangenneming en dood van Barnevelt, kon hij gedreven zijn tot zulk een spanning, overspanning bijna, van gekrenkt rechtvaardigheidsgevoel.

Invloed van Seneca's Troades op Hierusalem Verwoest is onmiskenbaar. En in het genadevragen van de dochter van Sion èn in het dreigen van Fronto als de vrouwen haar verstopt hebben, de tooneelmatig werkzaamste momenten van het stuk, is de scène van Ulysses met Andromache gevolgd. Invloed van Garnier's Juives vindt men in de toon en ook even in de woorden van het slotkoor; maar de overeenstemming tusschen dit stuk en Vondels werk is toch geringer dan men wel eens meende. De Juives, hoe koren-rijk ook, is een tooneelspel en werkt op de hartstochten. Hierusalem Verwoest is een zangstuk, dat meesleept tot bespiegeling. De personnages van het eerste zijn personen, die van het tweede zijn „beelden", het woord dat Vondel gebruikte toen hij het Pascha schreef. Het verschilt dan ook van die eersteling, wat zijn karakter betreft, in geen enkel opzicht. Alleen de toon is anders. Hij is zwaar, diep en machtig: het zekere teeken dat zijn dichter hevig bewogen was en door

38

Sluiten