Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn werking op de menigte zich verlossen moest van een gebeuren dat de tijd op hem had losgelaten.

VII

Te beginnen met de Lofzangh toe-ghe-eyghent Mr. Willem Bartjens, die men, naar vers en woordenkeus te oordeelen moeilijk vroeger en zeker niet later dan tusschen Uitvaart en Pascha, dus omstreeks ióiokan stellen, schreef Vondel nog een aantal kleinere gedichten, die deels zijn grootere uitgaven als titelvers of nadicht begeleidden, deels bij afzonderlijke gelegenheden werden opgesteld of uitgegeven. Zoo werd het Pascha gevolgd door een Verghelijckinge van de Verlossinge der kinderen Israels met de Vrijwordinghe der Vereenichde Nederlandtsche Provinciën, en de Gulden Winckel geopend met een gedicht aan zijn zwager de Wolf en besloten door een Raetsel des Dichters. Zoo de Hymnus ofte Lofgesangh over deWijdberoemde Scheepsvaert der Vereenigde Nederlanden bij een prent geschreven, en een sonnet op De Koninghs treurspel Jephthah aan de uitgaaf van dit werk in 1615 toegevoegd. Zoo ging ook een klinckveers op Abrahams Offerande de uitgaaf van De Vaderen vooraf en een Vermaeckelijke Inleydinghe de Warande der Dieren. Evenzoo werden alle drie de groote uitgaven van 1620 begeleid door bijbehoorende verzen.

Ik zeg dit niet enkel, hoewel ten deele, terwille van een weinig belangwekkende volledigheid. Ten

39

Sluiten