Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De kunstenaar Vondel is tot rijpheid gekomen: men herkent hem al in Het Lof der Zee-vaert van 1623, in de Tortsen van A. Krombalck en T. Roemers, in Dianier roeyde in een schuytjen, en in Beeckzang, eindelijk in de Begroetenis aenFrederick Henrick. Maar in het heele verdere dramalooze tijdperk na de Geboortklock verschijnen die tal van bekende gedichten: de Verovering van Grol, Bruyloftbed van P. C. Hoofd en Helionora Hellemans, Amsteldams Wellekomst, Brief aen den Drost van Muyden, de Zegesang ter eere van Frederick Henrick, al de hekeldichten: de straatdichten zoowel als Roskam en Harpoen, de Triomftorts over de Neerlaegh der koningklijke Vloote op het Slaeck, Maeghdeburghs Lyckoffer, Wellekomst van den Heer Huigh de Groot, de Inwying der Doorluchtige Schoole, de Rijnstroom, de Olijftack aen Gustaaf Adolf, Huigh de Groots Verlossing, de Lyckklaght over Ernest Kazimir, de Stedekroon van Frederick Henrick, het Kinderlyck, de Vredewensch aen Constantyn Huigens, de Uitvaert van mijn Dochterken, de Lycksang over Dionys Vos en de Vertroostinge aen Geeraerdt Vossius, de regels op het Overlyden van Isabella Klara Eugenia, het gedicht op de Tweedraght der Christe Princen en de Lyckklaght aen het Vrouwekoor, het Danckdicht aen Jacob Baeck, en de Spiegel van Marie Spiegels, en de verzen aan Huygens op het overlijden van Suzanna van Baerle. Verschillende bruilofts- en andere dichten verzweeg ik nog.

50

Sluiten