Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

regelmatig, rustig, veerkrachtig marschtempo. Dat dit, nu geneuried, dan gezongen, nu doffer, dan helderder, met een eindelooze verscheidenheid van overgangen en slingeringen, zonder eentonig te worden zich over haast achthonderd verzen voortzet, daarin ligt de schoonheid van het gedicht en Vondels meesterschap.

Dit meesterschap treft te meer als men de Geboortklock ernaast leest, en ziet dat die aUerminst een schoonheid van regelmatige scansie, maar eene van springend ritme en groote klankwisseling vertoont, zoodat zijn voordracht aan de snelle en levendige variaties van een fluit herinnert.

Heel anders is weer het Bruyloftbed. „Langzaam, rijp en klaar" laat Vondel de Poësy—als een van de figuren in dit spel — tot Cupido zeggen als hij spreken gaat. En dit langzaam, rijp en klaar naast elkaar stellen van woorden in zin- en maatverband, deze sterke gerichtheid op de zintuigelij ke werking van de afzonderlijke woorden en tegelijk op het wichtig maken van de volzin, was geen nederlandsch dichter zoo zeer als Hooft eigen, die tot het bereiken van de sterkste klank- en ritmen-effecten in de zwaarst-gevoegde periodenbouw —i zijn handschriften wijzen het uit — zich dag aan dag inspande. Vondel schonk Hooft de volle maat van zijn bewondering in Hooftiaansche verzen, en het hoeft niet te verbazen dat deze voortging zich het proza te wijden.

Beveeltmen-iny dan 't rijm, 'k beveel u 't rijmeloos,

52

Sluiten