Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij had, met de Humanisten, de strijd aanvaard tegen de kerkelijken. Maar hij bestreed hen niet, zooals de regeerende families, omdat zij een lastig element in de staat waren, doch om religieuze redenen.

Vrijheid, vrede, — als hij de woorden uitsprak, kregen zij voor hem een religieuze duiding: geloofsvrijheid, religie-vrede, en deze laatste omdat hij een weerspiegeling was van het Godsrijk dat hij zich droomde, van de innerlijke vrede, waaraan hij behoefte had.

Dit vredeverlangen ziet men in hem toenemen. Daarom hecht hij zich aan De Groot, wendt hij zich tot Gustaaf Adolf, staakt zijn hekeldichten, arbeidt aan zijn Konstantijn en verlangt óók naar vrede op aarde.

Omstreeks 1632 begint in zijn gedichten een mildere toon, alsof hij zich op de vrede in zich voorbereidde.

Begin van dat jaar werd het Athenaeum ingewijd, een dergelijk als Spieghelin i585algewenscht had. Ondanks het verzet van de kerkelijken en van Leiden, had de stedelijke Overheid voet bij stuk gehouden. Waar in hetzelfde jaar die Overheid aan de oneenigheden tusschen Oosters Academie en de Oude Kamer een einde gemaakt en die twee vereenigd had, een vereeniging die na vijf jaar gevolgd werd door de bouw van een Stadsschouwburg, kunnen we zeggen dat langzamerhand ook in de uiterlijke omstandigheden die Vondel het meest raakten, een verheugende harmonie ontstond.

55

Sluiten