Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij niet alweer wat nieuws op de Prins dichtte, wordt hij onwillig, en schrijft:

't Is veilighst dat ghy den Nassauwer stuit Op synen toght.

Wat is de krygh een woest verslindend dier!

Hoe menschelijk en van een veelzins bedwongen aandoening zijn in deze tijd zijn gedichten. De Uitvaert van mijn Dochterken en de Vertroostinge aen Geeraerdt Vossius versterken slechts het besef daarvan.

Na deze schreef hij de regels op het Overlyden van Isabella Klara Eugenia. Er blijkt wel uit dat het hem ernst was met zijn woorden aan Huygens. De katholieke vorstin, hoofd van de Zuidelijke gewesten, had inniger naar vrede verlangd dan zijn vrienden in 't Noorden.

Toen kreeght ghy een verdriet In 't leven, en verliet De weerelt, om den Pais

Te soecken boven de aarde, in 't Goddelijck pallais.

Hij voelde zich éen met haar. Met haar? En met Jezus Christus, aan wie hij zijn aanklacht en bede richtte: Op de Tweedraght der Christe Princen.

III

Ik heb getracht niet alle, maar toch de meeste en beste van Vondels gedichten uit dit tijdperk besprekende, tegelijk te doen zien hoe schoon ze zijn

60

Sluiten