Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERDE HOOFDSTUK

I

Met de Gysbreght bereikte Vondel voor het eerst de kunst van de tooneelmatige uitbeelding.

Gysbreght van Aemstel, d' Ondergang van zijn Stad, en zijn Ballingschap. Als motto: Urbs antiqua ruit. Een pendant dus tot de val van Troje, evenals Hierusalem Verwoest dat was geweest. In allerlei deelen ook overeenstemming met het verhaal van Aeneasbij Vergilius. Gijsbrecht: Aeneas-zelf. Ja; maar de Amsterdammers zouden niets voor hem gevoeld hebben, als dit Aeneas-type niet in dozijnen van de oude burgers aanwezig geweest was: allen bannelingen, vroeger of later, allen uitgeweken om na kort of lang terug te keeren of zich elders te vestigen. Vondels eigen ouders en de ouders van hoeveel vrienden was het zoo gegaan. Juist in Aeneas, de lijdzame banneling, zag die burgerij haar type bij uitnemendheid.

Deze Aeneas heette Gijsbrecht, was heer van hun stad geweest. Geen onbekende. Neen, een zeer bekende, sedert Hooft naar het oude volkslied, dat Spieghel (zonder kommentaar, maar hoe veelzeggend!) achter zijn uitgaaf van Melis Stoke had opgenomen, zijn Geeraardt van Velsen schreef. Volkslied en drama hadden de verhouding tusschen graaf Floris en de verbonden edelen, zooals Stoke die teekende, omgekeerd. Floris was de tiran, de edelen hadden goed gedaan hem gevangen te

66

Sluiten