Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevlei komen, die levenslang niet anders deedl Men vindt al onder de eerste christenen, kennelijkst in het evangelie van Mattheus, een element van verbeelding werkzaam, begrijpelijk waar het erom ging de nieuwe leer te sterken door middel van de oude. Telkens weer namelijk wordt er verwezen naar de geschriften van de Profeten alsof die Jezus voorspeld hadden. Later, toen grieksche denkbeelden in de brieven van Paulus en in het Johannes-evangelie de christelijke leeringen omvormden tot wereldgodsdienst, kon ook de helleensche wereld in dat duidings-proces betrokken worden, dat hoe langer hoe meer in de vroegere wereldgeschiedenis voorverbeeldingen zag van de komst van Christus. De vroeg-christelijke geschriften van de kerkvaders en de werken van middeleeuwsche theologen zijn vol van dit symbolisme, dat overal de historie vervormde ter wille van Christus. De Hervorming veranderde niets daaraan. Zoolang Christus in het midden stond moest overal de verbeelding zoeken naar duidingen, verwijzingen, zinnebeelden. Ze moest en ze zou symbolisch zijn.

Zoo kon Vondel van zijn doopsgezinde omgeving een symboliek overnemen die hij juist zoo bij Du Bartas zou vinden : oud-testamentische gestalten waarin het nieuwe Testament voorzegd wordt. Zoo kon de Vergilius die, raadselig, de komst van Christus voorspeld had, voor hem dezelfde als voor Dante zijn.

Waar was nu evenwel de Werkelijkheid die al

77

Sluiten