Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SChilhge dag, doch de kerstnacht, wier stemming het heele stuk warmte en wijding gaf, een stemming die in de Reizangen versterkt werd opgenomen. De zoo ontstane ontroering vond in de huwelijkstrouw van Badeloch en de daaruit voortvloeiende zang haar hoogtepunt. Dat de Gysbreght een Kerstviering was en er tevens het „Waer wert oprechter trou" gezongen werd, gaf vooruit al, voor een burgerlijke bevolking, aan zijn opvoering de rang van jaarlijksch schouwburgfeest.

De Maeghden was een soort persoonlijk-dichterlijke herhaling van de Gysbreght, in zooverre Vondel, zooals hij de oudheid van de stad van zijn inwoning verheerlijkt had, het nu ook die van zijn geboortestad wenschte te doen. Het werd een martelspel, het ware voorspel van de Altaergeheimenissen. Maar de uiteenzetting van de legende is er zoo bekoorlijk, er is in de gesprekken van Aartsbisschop en Burgemeester zooveel gevoel, in die van Ursul, Beremond, Attila zooveel werkelijke hartstocht, er blijkt zulk een breede blik uit de aanduiding van wallen en landschap en opstelling van legergroepen, en er is zulk een bizondere kracht en schoonheid in de reizangen, dat men voor het geheel een waarlijk zinnelijke liefde voelt en het met Vondels eigen lof van de Sofompaneas prijzen kan als „natuurlijk levendig en gloeiende". Die lof hoeft zelfs niet te verminderen, al ziet men heel goed de barok van een Attila die romeinsche goden aanroept. Hij leeft er niet minder om en herinnert op zijn wijs aan Marlowe's Tamburlaine.

6 81

Sluiten