Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men ™ r,et vers De Bruyloft van Joan van de Pol en Duif ken van Gerwen. Hier is de mythologie schaarsch en bijkomstig. De Amsterdamsche burgers tot wie hij zich hier richtte, raakten aan haar sfeer maar noode. Als de oude Van de Polwenscht dat zijn zoon huwen zal, dan heet het:

AlwetendWezen riep, op 't zuchten dezes mans, De 1 eelzucht endelijck tot zich —

en zelfs was het niet Cupido's pijl, maar een straal uit Durfkens oogen waarmee deze de jonkman treffen deed. Aan het slot mocht de oude Pol, amsterdamsch magistraat, vergeleken worden met Asimus Pollio de romeinsche Consul en redenaar, — het lichaam van het gedicht is de beschrijving van zijn woonplaats, de Teertuinen, en van de ambten die hij bekleed heeft. Van de liefde wordt gesproken zooals deze lieden het wenschen: schertsend: 't Is wonder hoe de min de menschen kan verkeeren — of met die goelijke onbeschroomdheid die weet waarom het in een huwelijk gaat:

Ghy zult hier over smart, noch over wonden klaegen. riet is een lieve lust, die nimmermeer verveelt.

De schaemte heb hier uit, —

Ga, mengel bloed met bloed, en Pollen en van Gerwen Daar volge, beurt om beurt, een dochter na een zoon. De liefde en is geen last, zy is haer eigen loon.

Als daarentegen het huwelijk van Francois van Medicis en Joanna van Oostenrijk bezongen wordt, dan heet het dat deze vorstin

99

Sluiten