Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Geuse-vesper of Sieckentroost voor de Vierentwintigh noemde hij het hoonend, omdat, zooals de roomsche vesperdienst de geloovigen aan het einde van hun dag vrede bracht, en de protestantsche "Sieckentroost" de kranken troostte, dit gedicht, als een spot-vesper en omgekeerde "Sieckentroost", vrede en troost aan die rechters ontzei. Nog eens een dertig jaar later schreef hij het Stockske van Joan van Oldenbarneveldt:

O stock en stut, die geen verrader. Maar 's vrijdoms stut en Hollants Vader

Gestut hebt op dat wreed schavot.

Geen verrader. Hij kon er niet overheen komen. Een „bloedraad" noemde hij ook toen nog de rechters van de „Vader des Vaderlands".

De Geuse-vesper is kenmerkend voor Vondels wijs van werken. Hij gaf niet onmiddelijk een indruk weer; maar hij voelde, dacht, zijn verbeelding ontwaakte, hij begon te spreken, en vond, dat doende, allereerst de strofe die alles wat in hem omging uitdrukte.

Een gedicht waar ik veel van houd is zijn gedachtenis van Desideer Erasmus, Rotterdammer, aan den Heer Peter Schrijver.

O Hooghgeleerde Schryver Wat quistghe tyd en yver, Om op te doen 't geen levendigh gelijckt Den grooten Desideer, die niemand wijckt.

Hou op van printesiften. Een stapel wyse schriften Is d'afdruck van den held, die eeuwigh leeft, En d'aerdboóm met de pen verovert heeft.'

103

Sluiten