Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het is dezelfde gedachtewending als in het rijmpje op Rembrandts portret van Cornelis Anslo:

Ay, Rembrandt, mael Cornelis stem: Het zichtbre deel is 't minst van hem.

Zoek geen portretten van Erasmus: in zijn geschriften leeft hij. Maar tegelijk geeft hij dan, in diezelfde gezette strofe, een overzicht van Erasmus' werken en denkbeelden.

Nog op een andere wijs is dit gedicht kenmerkend. Telkens als hij een zekere voorraad van gedachten ordelijk wou ontwikkelen en voordragen, wist hij de toon te vinden, en het vers, en de strofe, waarin hij dat het natuurlijkst doen kon. Het vers op Isabella Klara Eugenia is op geen andere manier gemaakt dan dit, evenmin die groote gezangen, elkanders tegenhanger, waarin hij Horatius en de Psalmen saamvatte: de Roomsche Lier en de Koningklijke Harp.

Van dergelijke gedichten uit begrijpt men eerst Wat men de stijl van Vondels vers kan noemen: werk van een feilloos zelfbezit, dat het tempo van het vers overbrengt naar de strofe, korte en lange verzen naar behoefte afdeelt en al de elementen van zijn taal, van spelling en woordenkeus tot zinbouw en stof-verdeeling rustig beheerscht.

De Psalmen van de Vulgaat, waarvan hij eerst enkele, en dan weer eenige vertolkte, behandelde hij ten slotte alle in honderdveertig verschillende strofen-soorten, met die zelfde zekerheid. Rijmwerk, maar dat door de zuiverheid van zijn toon

104

Sluiten