Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorschijn en is dan sterker naarmate het straffer weerhouden werd.

In de Psalmen is dat gevoel niet meer gebonden aan uiterlijke werkelijkheid, noch aan mythologische verbeelding. Het is zuiver menschelijke aandoening, maar die zich niet tot menschen richt. Zij volgt de gedachten van de latijnsche psalmen, maar beweegt zich vrij in vormen die van de psalmen ver af staan. In aanmerking nemend hoe stelselmatig de Renaissance-dichters hun vorm oplegden aan ontleende inhouden, moeten we zelfs erkennen dat het onderscheid tusschen deze vertalingen en oorspronkelijke gedichten van Vondel nog geringer is dan het ons schijnt. Wij bezitten dan in Davids Harpgezangen honderdvijftig kleinere werkstukken, haast alle verschillend van vers of rijmschikking: een bundel religieuze poëzie waarover nog nauwelijks het eerste woord geschreven is.

Het karakter van een gedicht, wanneer we het beschouwen als kunstwerk, kan gezien worden in de verhouding van zijn saamstellende elementen, onderling en tot het geheel. Die zijn woord, vers, volzin en couplet of strofe. In de eerste helft van zijn leven is voor Vondel het woord van de grootste beteekenis. In de Geboortklock overheerscht het alles: het viert er, als 't ware, feest. Het vers, de versregel bedoel ik, heeft vooral in gedichten met lange regels altijd de neiging de volzin op te slorpen. Het is öf de heele zin, öf een duidelijk overzienbaar, op zichzelf te bevatten deel ervan. Er zijn dichters genoeg geweest die dit als eisch stelden.

106

Sluiten