Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Alleen met dit voorbehoud, dat de band maar naar éen zijde hecht.

Deze twee spelen zijn vlot geschreven. Men kan niet beweren dat Vondel ergens moeite had aan de toch zeer talrijke en verschillendsoortige deelen hun plaats toetewijzen. Noch in de schikking van de tooneelen, noch in de teekening van de personen, noch in taal en verzen is ergens iets gewelddadigs. Eer een overmaat van gemakkelijkheid in de uitdrukking. De zin van wat hij zeggen wil staat in alle opzichten zoo vast en zijn meesterschap in het zeggen is zoo groot geworden, dat hij nergens hoeft te aarzelen en aldoor het juiste treft.

III

Wie zich een denkbeeld wil vormen van Vondels werkkracht bedenke dat hij binnen twaalf maanden al de in dit hoofdstuk besproken drama's uitgaf, en bovendien zijn berijming van Vergilius. Een jaar later verscheen Adonias of Rampzalige Kroonzucht, nog een jaar later de Bespiegelingen van Godt en Godtsdienst.

Adonias is in zeker opzicht een hervatting van David in Ballingschap. Zooals dit spel opende met Absolons misleiding van Thamar, opdat die zijn verzoek bij David ondersteunde, zoo misleidt, bij de aanvang van het volgende, Adonias Davids weduwen, Abizag en Bersaba, opdat ze hem terwille zijn tegenover Salomo. Zooals Absolon samenzwoer met Achitofel, zoo doet hij het met Joab en Ab-

123

Sluiten