Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit alles is de toon van het verhaal, doch niet van het verhaal voor een menigte, maar voor enkelen, misschien slechts voor één enkele.

Ik houd het ervoor dat Vondel voor dit gedicht geen doeltreffender voordracht wenschte dan in het refectorium van het nonnenklooster te Bethlehem.

Als men toch dit verhaal van de wereld uit nadert, dan geniet men het niet. Men moet de kloosterstemming meebrengen. Heeft men die, dan krijgen zijn effen tinten kleur en leven; dan wordt een zekere onaandoenlijkheid, zich uitend door een mozaïek-achtige wijs van werken, een gelijkmatig opbouwen van alle voorstellingen uit hun onderdeden, juist wat men wenscht in een ruimte waar de driften verstild zijn; dan acht men het niet langer een gebrek aan vinding dat deze voorlooper van Jezus, zijn spelonk in de woestijn bewonend, eerst door een engel bezocht wordt die hem een goddelijk raadsbesluit mededeelt, dat dan weer een engel door het land zijn komst bazuint, dat wij daarna nog eens een raadzitting in de hemel bijwonen waar God zijn besluit om de zoon te doen optreden te kennen geeft. Evenmin betreurt men dan dat later, na de bekende voorvallen van zijn gevangenschap en dood, Joannes, aan de gestorven Vaderen in de Onderwereld de aanstaande verlossing berichtend, niets kan doen dan hen in optocht aan zich te laten voorbijtrekken, en dat zijn ervaringen daar zoo weinig plaatselijk en lichamelijk zijn. Men begrijpt dan toch dat het

138

Sluiten