Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZEVENDE HOOFDSTUK

I

Toch ligt de samenhang van Faëton met Adam in Ballingschap en Noah onmiskenbaar in zang en verbeelding. Zelfs is de aanwinst van zulk een nieuwe sfeer als de chineesche, een wezenlijk verbeeldings-element, het eenige wat aan Zungchin, overigens een weinig pakkend stuk, een eigen waarde geeft.

Het is duidelijk dat de lust in het zingend en schilderend vers het laatste is wat Vondel bijblijft. Een zinnelijke behoefte, waaronder de heele mensch, de christen en de burger, zich bewogen had. Als zoodanig was hij een oprechte zoon van de Renaissance, een kunstenaar wiens hoogste roeping het was vormschoonheid toetevoegen aan een zinrijk begrepen wereld. Met het genieten en uiten van zulke schoonheid heeft hij niet opgehouden zoolang hij de kracht ertoe in zich voelde. Van de drie vertaalde grieksche drama s verscheen het eerste, de Ifigenie in Tauren, in 1666, en het vers uit de Aeneis dat hy — zooals immer voor zijn spelen — vooraan liet gaan, luidde:

Hic labor extremus, longarum haec meta viarum.

Men kon er een toespeling in lezen op zijn eigen werk en zijn eigen eindpaal, maar twee jaar later verschenen nog de beide andere en weer drie

151

Sluiten