Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan ook makkelijk in twee soorten. In de eene volgt de gedachte de strofe, in de andere wordt de strofe doorbroken of zelfs gemaakt door de gedachte. Als we de voordracht van Cupido, in het Bruiloftbed van P. C. Hooft en Heleonora Hellemans, lezen:

Op op, gesegent paer: mijn swanen sijn geslagen In parrele gareel: beklimt den gouden wagen.

Ick self sal voerman sijn der moederlijcke vracht, En verre, uyt het gesicht der sterffelijcke menschen Ten darden hemelkreyts u voeren; daer met wenschen

't Beschoren bruyloftbed uw trage komst verwacht.

dan voelen we dat hier de werking hoofdzakelijk berust op de strofe, die al haar eigenaardigheden ongerept handhaaft. Haar zes verzen zijn — en blijven bij iedere veelmalige herhaling — nauwkeurig in tweeën gedeeld, terwijl deeling en eind door een mannelijk rijm worden aangegeven. Eveneens wordt de cesuur in tenminste drie van de zes regels opzettelijk versterkt doordat ze er samenvalt met de volzin-rust. Ten slotte zijn alle rijmen nadrukkelijk, zoodat de volzin erop steunen blijft en ze nooit kan verwaarloozen.

Hetzelfde is het geval als jn O kersnacht, schooner dan de dagen, dezelfde rijmschikking in een korter vers verschijnt, en in tal van andere. Juist doordat ieder vers in die gedichten een zoo duidelijk afgescheiden volzin-deel omvat, blijven ze zoo gemakkelijk in het geheugen.

Anders is het evenwel, waar, zooals ik vroeger heb aangetoond, de volzin de leiding neemt ten

158

Sluiten