Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo volght de Schilderkunst,

Uit aengebore gunst, Ontsteeken van een heiligh vuur,

De schoonheit van Natuur Met hare streeken en penseelen; Geeft doode doeken en panneelen Het leven waer ze zweeft en zwiert, Verkloekt de menschen en 't gediert.

O eedle schüdermin,

O tiende Zanggodin,

Wy loopen u met d' andre negen

Parnasgodinnen tegen, Van zingen noch van speelen moe. Ontfang dees kroon: zy komt u toe.

Men ziet wel hoezeer hier het vers nu verkort, dan weer verlengd wordt en men is zeker niet ver van de waarheid als men hierin de ademhaling van de gedachte beluistert, die, naar haar behoefte, dit heele gedichtje tot éen eenige strofe maakt.

Toch moet men niet vergeten dat een volledige opperheerschappij, naar welke zijde ook, blijft uitgesloten. Hetzij de zin voor de strofe, of de strofe voor de zin terugwijkt, het leven van het gedicht ligt in hun samenstemming.

V

De vereeniging van vers en volzin tot gedicht, ligt in de toon, die de verklaring is van het levende ritme dat uit de dichter op de taal overgaat.

In het treffen van die toon werd en bleef Vondel een meester, en het zijn Vergilius en de grieksche

160

Sluiten