Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tragici geweest die hem daartoe opleidden en hem van de gezwollenheid van Du Bartas en de overspanning van Seneca verlosten. Hij zegt het nog eens in de opdracht van zijn laatste vertaling, düe van Sofocles' Hercules in Trachin.

„Wie dit treurspel, in de weeghschaele van een bezadight oordeel, tegens den dollen ook Eteeschen Herkules van Seneka naeukeurigh opweeght, zal wel bevroeden hoe de Latijnsche speelen van geleertheit gepropt zijn, maar boven hunne kracht gespannen staende, met luidt roepen en stampen, de Grieken pogen te verdooven, die ondertusschen hunne natuurlijke stem bewaeren, en, gelijk afgerechte musikanten, met kennisse begaeft, op de vereischte moet, de stem, naer den zin der woorden, weeten te verheffen, en te loeten doelen, en hierom, op den zangbergh, den prijs bij d'allerwijste keurmeesters behouden".

De door mij onderstreepte woorden geven het kort begrip van zijn kunstleer en zij stemmen geheel overeen met de verklaring die Ronsard tegen Du Bartas gericht had:

Je n'aime point ces vers qui rampent sur la terre, Ni ces vers ampouleés dont le rude tonnerre S'envole outre les airs; les uns font mal au coeur Des liseurs dégoutés, les autres leur font peur. Ni trop haut, ni trop bas: c'est le souverain style, Tel fut celui d'Homère et celui de Virgile.

In verband hiermee is het niet ondienstig optemerken dat Vondel ook in de Voorrede tot zijn

11 161

Sluiten