Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schappelijke plichten, vond zich in het verkeer met menschen niemands meerdere. Maar dan was er weer die stille zekerheid dat hij op iedere beweging van de wereld, op de naastbij gelegene en de verst in ruimte en tijd verwijderde, zóó kon antwoorden, dat zijn antwoord in geen eeuwen verloren ging, dat het altijd weer door ieder die gevoel en verbeelding had tot leven kon worden opgewekt, tot zyn leven, en dat hij in duizend vormen, door de eigen taal van zijn volk, aan dat volk gebonden was.

Wat zou het Holland van de zeventiende eeuw, onze Gouden eeuw, voor ons beteekenen, als het niet, behalve in zooveel anders, door de taal zijn verheerüjking had beleefd? En door wie heeft het die meer beleefd dan door Vondel?

Kan ooit een volk meer werkelijk worden verheerlijkt dan door zijn taal?

VI

Toen Vondel oud was en hij ook zijn innigste denkbeelden had uitgesproken, bleef hem dit éene over: zijn Dichterschap.

Hij kon zingen en neuriën; hij kon er zelfs meer van dan ik in dit opstel toonde. Was hij toch niet de zanger van het hed op Reintje,

Gemaeckt om op de brug te zingen;

AI zouwer Reintje uyt syn vel om springen.

»* I63

Sluiten