Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

11

De heer Lingbeek. Ik heb gezegd: Jan de Witt heeft een standbeeld gekregen.

De heer Bergmeijer. Wanneer U in de kerk preekt, wordt U niet geïnterrumpeerd, doe het dus hier ook niet.

De heer Lingbeek. Dan moet U de waarheid zeggen.

De heer Bergmeijer. U kunt zoo meteen er op terugkomen.

Het is zeker hier de plaats niet om de zeer aanvechtbare) speech van den eersten spreker — en nu zeg ik dit alleen als historicus — aan te vallen. Dat kan niet om allerlei redenen, al was het alleen maar om deze reden, dat het water naar de zee dragen zou zijn. Nu wilde ik alleen aan de vergadering zeggen, dat de commissie er sterk voor was — want van de vijf leden waren er vier voor — en dat waren menschen van uiteenloopende gezindheid; alleen één lid, men heeft hem hooren spreken, had een andere meening. dat het eigenaardige manipulatie is, dat men eerst zegt: ik ben tegen het verheerlijken van een persoon, en achteraf: het huisje, waarin hij. heeft gewoond, is zoo aardig, dat zullen we maar opknappen. Dan zegt de goegemeente toch: dat is een achterdeurtje, feitelijk werkt men dan toch mee. Vier leden waren er voor, dat dit huisje zou worderi gerestaureerd, misschien uit een soort piëteit voor oude dingen, maar hoofdzakelijk omdat het huisje herinnerde aan den man, die daar eeuwen geleden heeft gewoond. Op stuk van zaken komt het hierop neer: heeft men waardeering genoeg ook voor den tegenstander? En dat de beide vorige sprekers dat niet hebben, och, de vaderlandsche geschiedenis telt zoo menige droeve bladzijde en getuigt van hetzelfde fanatisme dat wij heden weer hebben gehoord en dat maar

Sluiten