Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

18

de zaak van den monumentenzorg hier niet in debat is en dat het niet gaat over dezen gevel.

Dat eenmaal vaststaande, is het voor mij niet gemakkelijk voor deze voordracht te stemmen en ik zal zeggen waarom. Ik geloof niet dat wij kunnen volstaan met te vragen of Spinoza heeft bijgedragen tot de grootheid van ons volk, maar dat ook gevraagd moet worden, wat gaan wij hier doen? Gesteld dat over de eerste vraag geen verschil van meening bestaat, dan behoeft daaruit nog niet te volgen dat deze gevel moet worden gerestaureerd.

Bij mij is wel eenige twijfel gerezen wat wij moeten zien in de instandhouding van dat huis, de inrichting van die bibliotheek. Is het niet een uiting van piëteit tegenover Spinoza, een symptoom van culte van den persoon en van de ideeën van Spinoza? De indruk is bij mij gevestigd, ook uit wat ik mij herinner gelezen te hebben in de bladen over de huldiging van Spinoza eenigen tijd geleden, dat men hier niet te doen heeft met een nationale hulde aan een groot Nederlander, maar met de hulde van geestverwanten aan een vereerd voorganger, met een daad van piëteit tegenover een hooggeschat geestverwant, waartoe ieder natuurlijk het volle recht heeft.

Maar nu vraag ik mij toch af: is het wel juist, om in die culte van den persoon en van de ideeën van Spinoza, waaraan een zekere propagandistische beteekenis niet is te ontzeggen, de Provincie te betrekken? Ik ben tegenover zulke huldigingen eenigszins wantrouwend geworden omdat wij eerst hebben gehad velerlei huldiging van de Groot, daarna die van de Witt, en telkens komen hier en daar bij het nationale aspect van het geheel, toch zien dat de vereering voor de ideeën van een politiek geestverwant een niet geringe rol speelde en da* ook zekere propagandistische strekking in deze nationale huldebetuigingen niet viel te

Sluiten