Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

32

schiedt dus ter wille van de vereering van Spinoza en daarom ben ik er tegen.

Men heeft mij verweten, dat ik zou hebben gezegd, dat wij hier te veel standbeelden hebben en dat ik gezegd zou hebben, dat het standbeeld van Jan de Witt hier niet mag staan en men heeft dat zelfs fanatisme genoemd.

Ik heb mij aan dat fanatisme niet schuldig gemaakt. Ik heb wat anders gezegd; n.1. dat wij in ons land alleen standbeelden hebben van mannen van den geest van spinoza. Ik zal dat met enkele voorbeelden aantoonen. Wij hebben een standbeeld in ons land van Erasmus, waar is het standbeeld van een van de eerste hervormers in ons land? Wij! hebben een standbeeld van Oldebarneveld. Waar is -het standbeeld voor Maurits, zijn tegenvoeter? Wij hebben hier een standbeeld voor Thorbecke. Ik herinner mij nog de verontwaardiging van mijn geestverwanten in Amsterdam, toen dat standbeeld werd opgericht. Waar is het standbeeld van Groen van Prinsterer, zijn evenknie? Wij hebben een standbeeld voor Spinoza, waar is het standbeeld voor Bilderdiik en da Costa? Die standbeelden, die hier worden opgericht, hebben, misschien onbedoeld, de strekking om het historisch karakter van ons volk uit te wisschen en daarom ben ik er tegen.

Nu is mij eindelijk nog verweten, dat het mij zou ontbreken aan waardeering voor menschen als Spinoza. Ik kan Spinoza waardeeren, gelijk ik elk mensch van goede bedoeling waardeer. Als Spinoza nog leefde in zijn huisje aan de Paviljoensgracht en hij zou mij toestaan mij een uur met hem te onderhouden, dan zou mij dat een groot voorrecht zijn. Ik heb waardeering voor een ieder, die op grond van zijn diepste overtuiging zijn meening verdedigt. Maar waardeering is nog wat anders dan het brengen van openbare

Sluiten